Vlaams volksvertegenwoordiger Peter Reekmans (LDD) volgt de evoluties binnen het beleidsthema Wonen op de voet. Recent richtte hij opnieuw een reeks vragen aan de bevoegde minister Van den Bossche, die zich trouwens nog steeds laat vervangen door haar collega Lieten. In haar antwoord valt onder andere te vernemen dat Vlaams-Brabant bij de recentste telling 16.279 sociale huurwoningen, 1.157 sociale koopwoningen en 30 sociale kavels rijk is. In het cijfer van de sociale huurwoningen zijn evenwel enkel de woningen opgenomen die beheerd worden door sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren. Deze nuancering is belangrijk, aangezien het sociaal woonaanbod -zoals gedefinieerd- niet het volledige sociaal woonaanbod betreft in de zin van de Vlaamse Wooncode. Denk hierbij aan de sociale woningen in eigendom van het Vlaams Woningfonds, gemeenten, Vlabinvest, OCMW’s en dergelijke meer. Zo maakt bijvoorbeeld Vlabinvest gebruik van hogere inkomensgrenzen dan deze in het kaderbesluit sociale huur, waardoor deze in de stricte zin van het woord uit het decreet, niet bestempeld kunnen worden als sociaal woonaanbod. Hoeveel het totale aantal (alle categorieën inbegrepen) dan wél is, kon de minister niet geven…
LDD-parlementslid Reekmans wilde ook te weten komen in hoeverre de Vlaams-Brabantse gemeenten reeds voldoen aan de recente decreten, bijvoorbeeld wat betreft het bindend sociaal objectief. Die wetgeving impliceert per gemeente een verplicht aantal sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en sociale kavels. Maar er is blijkbaar nog werk aan de winkel… Het is namelijk zo dat de verdeling van sociale koopwoningen en sociale kavels nog niet (helemaal) verdeeld is over de verschillende gemeenten. Het decreet voorziet in een provinciale verdeling, waarbij elke provincie een gedeelte sociale koopwoningen en sociale kavels kreeg toebedeeld, het is de provincie zelf die de verdere opdeling per gemeente voorziet. Kortom, het behalen van het bindend sociaal objectief kan enkel gebeuren na het behalen van de drie deelobjectieven. Wat betreft het bindend sociaal objectief inzake het aantal sociale huurwoningen, kan opgemerkt worden dat in Vlaams-Brabant enkel Vilvoorde beschikt over meer dan 9% sociale huurwoningen, met name 10.88%. Daarnaast zijn er twee gemeenten die een verlaagde reguliere inspanning zullen verkrijgen, aangezien ze nu beschikken over meer dan 7.34% sociale huurwoningen. Dit betreft Leuven (7.64%) en Wezembeek-Oppem (8.79%). De reguliere inspanning geldt immers slechts totdat de procentuele verhouding tussen het aantal sociale huurwoningen en het in de nulmeting vermelde aantal huishoudens binnen de gemeente de drempel van 9% bereikt. Van alle Vlaams-Brabantse gemeenten zijn er 42, of nagenoeg 65%, die een bijkomende specifieke inhaalbeweging opgelegd krijgen. Deze inhaalbeweging komt bovenop de reguliere inspanning aangezien de betreffende gemeenten beschikken over minder dan 3% sociale huurwoningen. Peter Reekmans stelt dan ook vast dat de minister nog erg veel werk zal hebben om in de provincie Vlaams-Brabant te voldoen aan haar eigen normen en doelstellingen!